Montage is ‘het uitzoeken en achter elkaar plakken van opgenomen filmbeelden.’
Het doel van monteren is een mooi, flitsend, spannend, schokkend of ontroerend verhaal te maken. Daarbij maak je verschillende keuzes:
Opbouw
Je wil een verhaal vertellen, hoe pak je dat aan? Het is handig dit van te voren te bedenken en na te denken over een verhaalstructuur. De meeste verhalen hebben een begin, een midden (of climax) en een eind. Je kan hierbij ook denken aan een spanningsopbouw.
Volgorde
Je kunt de oorspronkelijke opeenvolging (zoals je het gefilmd hebt) loslaten en verschillende momenten door elkaar heen snijden. Je kan zelfs beelden herhalen.
Selectie
Wat laat je zien en wat laat je weg? Wat krijgt de meeste aandacht? hoe lang laat je iets zien? etc.
Tempo
Het definitieve tempo van je film bepaal je in de montage. Hoe lang laat je bepaalde shots zien, hoe wisselen de beelden elkaar af, wat is de balans tussen actie en rust, geluid en stilte etc. Verschillende soorten tempi geven een ander gevoel aan je film.
Muziek
Met muziek kun je allerlei zaken goed voelbaar maken. Zonder iets uit te leggen krijg je als kijker een bepaald gevoel bij de situatie.
Toevoegingen
Voice-over, titels, archiefbeeld, foto’s, youtube-filmpjes, muziek, andere geluiden etc. kunnen bepaalde onderdelen van je verhaal uitleggen of laten zien die je niet hebt kunnen filmen.
Manipulatie
Tijdens de montage kan je filmmateriaal ook heel makkelijk manipuleren. Bijvoorbeeld door beelden achter elkaar te zetten die niets met elkaar te maken hebben, of door op een bepaalde vraag een ander antwoord te laten volgen. Je legt direct en meestal onbewust een verbinding tussen verschillende beelden die elkaar opvolgen.
Al deze keuzes hebben een effect op hoe de kijker het beeld zal ontvangen. Met je keuzes stuur je dus het gevoel van de kijker. Het beeldmateriaal kan op duizenden verschillende manieren gemonteerd worden, met elk een heel ander effect.